🚀 Project Setup – Power Platform

Van projectstart tot eerste werkende oplossing — inclusief structuur, setup en hands-on development stappen.

← Terug naar Solution Engineering

Introductie

Deze pagina beschrijft hoe je een Power Platform project opzet én daadwerkelijk start met development. Het combineert project setup met praktische richtlijnen en concrete stappen in Dataverse.

Context:
Deze pagina volgt de Solution Engineering aanpak en sluit aan op ALM en ALM+.

🧭 Overzicht

  1. Project Initiation
  2. Solution Design
  3. Environment Setup
  4. Solution Setup
  5. Development (hands-on)

1️⃣ Project Initiation

  • Scope en doel bepalen
  • Stakeholders identificeren
  • Backlog opstellen
  • Definition of Ready bepalen

2️⃣ Solution Design

  • Architectuur bepalen
  • Solution structuur vastleggen
  • Datamodel ontwerpen
  • Integraties identificeren

3️⃣ Environment Setup

  • DEV / TST / ACC / PRD inrichten
  • Security configureren
  • Environment strategy toepassen

4️⃣ Solution Setup

Werk altijd binnen solutions — nooit in de default solution.

Solution structuur

Gebruik één van de volgende oplossingsstructuren:

  • Solution per focusgebied
  • Solution per componenttype

Zie: Solution Structure

Naamgeving

  • Gebruik klantprefix
  • Geen omgevingsnamen
  • Logisch en beschrijvend

Voorbeeld:

  • BRENKE | Sales
  • BRENKE | Integration

5️⃣ Development (hands-on)

Onderstaande stappen beschrijven hoe je daadwerkelijk start met bouwen binnen Dataverse. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de voorgaande stappen zijn voltooid.

In deze fase werk je verder binnen de solution die is opgezet in stap 4. Is er nog geen geschikte solution beschikbaar? Ga dan eerst terug naar Solution Setup om een nieuwe solution aan te maken volgens de afgesproken structuur.

Werk altijd in een DEV omgeving en binnen de juiste solution uit stap 4.

1. Juiste solution selecteren

Voordat je start met development, is het essentieel dat je werkt in de juiste solution. De keuze van de solution bepaalt waar componenten worden opgeslagen en hoe ze later worden gedeployed.

Belangrijk:
Werk nooit in de Default Solution. Gebruik altijd een expliciete solution die onderdeel is van de projectstructuur.

Stap-voor-stap

  • Ga naar make.powerapps.com
  • Selecteer de juiste DEV omgeving
  • Navigeer naar Solutions
  • Selecteer de juiste solution waarin je gaat werken

Hoe bepaal je de juiste solution?

  • Kies de solution op basis van functioneel domein (bijv. Sales, Marketing)
  • Of op basis van componenttype (bijv. Core, UI, Automation)
  • Volg altijd de afgesproken solution structuur

2. Componenten toevoegen

Voeg componenten altijd toe binnen de geselecteerde solution en vermijd werken buiten de solution context.

Tables (Datamodel)

  • New → Table
  • Primary column instellen
  • Ownership bepalen
  • Fields toevoegen
  • Forms configureren
  • Views aanmaken

Model-driven apps

  • New → Model-driven app
  • Sitemap configureren
  • Forms en views toevoegen

Environment variables

  • New → Environment variable
  • Type: Text / JSON / Boolean

3. Business Logic (implementatie)

Business logica kan op verschillende lagen worden geïmplementeerd, afhankelijk van complexiteit en onderhoudbaarheid. Kies altijd de lichtste oplossing die voldoet aan de eisen. We maken onderscheid in:

  • Business Rules (low-code logica)
  • JavaScript (client-side gedrag)
  • Plugins (server-side logica)
  • Custom APIs (herbruikbare backend logica)
  • PCF Controls (custom UI componenten)
  • Cloud Flows (proces- en integratielogica)
Begin met configuratie (Business Rules / Cloud Flows) en gebruik code alleen waar nodig.

3.1 Business Rules

  • Open de table en ga naar Business Rules
  • Definieer condities en acties
  • Activeer de rule

Geschikt voor eenvoudige logica zonder code.


3.2 JavaScript (Client-side)

  • Maak een Web Resource (JavaScript)
  • Gebruik consistente naamgeving
  • Koppel script aan form events (onLoad, onChange)

Voorbeeld:

  • brenke_scripts/account.js
Gebruik JavaScript alleen voor UI gedrag dat niet met Business Rules kan worden opgelost.

3.3 Plugins & Custom APIs

  • Ontwikkel plugin in Visual Studio
  • Gebruik Plugin Registration Tool
  • Registreer stappen (create, update, etc.)
  • Gebruik Custom APIs voor herbruikbare backend logica

Geschikt voor complexe server-side logica.


3.4 PCF Controls

  • Maak PCF control via Power Platform CLI
  • Implementeer UI component
  • Deploy als solution component

Gebruik PCF voor rich UI scenarios.


3.5 Cloud Flows

Maak eerst Connection References aan voordat je een Cloud Flow maakt.
  • Maak Connection References in je solution
  • Gebruik deze bij het aanmaken van flows
  • Test altijd in DEV

Voorkom automatisch gegenereerde connectienamen — deze maken deployments onoverzichtelijk.

Vergeet niet om wijzigingen te publiceren (Publish) zodat ze zichtbaar en actief worden in de applicatie.

4. Best practices

Aanbevolen

  • Werk altijd binnen solutions
  • Ontwikkel modulair
  • Gebruik herbruikbare componenten
  • Volg naming conventions

Vermijden

  • Werken in de Default Solution
  • Hardcoded waarden
  • Directe connecties zonder abstraction

📌 Samenvatting

Een goede setup + consistente development aanpak = succesvolle oplossing.