πŸš€ Deployment proces

Uitvoering van deployments binnen Power Platform (Dataverse) volgens OTAP en pipelines

← Terug naar Deploy

Introductie

Deze pagina beschrijft de praktische uitvoering van deployments binnen het Power Platform.

πŸ‘‰ Deze pagina gaat uit van een gereedstaande release:
  • oplossing is ontwikkeld
  • oplossing is getest
  • release is goedgekeurd
  • documentatie is compleet
πŸ‘‰ Kies eerst het juiste type deployment:
  • Standaard release β†’ nieuwe functionaliteit
  • Bugfix β†’ oplossen van fouten
  • Patch β†’ kleine geΓ―soleerde wijziging
  • Hotfix β†’ urgente productie fix

1. Standaard release (OTAP)

  1. Selecteer solution in pipeline
  2. Deploy naar TST
  3. Voer technische validatie uit
  4. Promote naar ACC
  5. Business Go / No-Go
  6. Deploy naar PRD
  7. Controleer productie (smoke test)
πŸ‘‰ Volledige OTAP flow – standaard aanpak voor releases

2. Bugfix deployment

  1. Voer fix uit in DEV (bestaande solution)
  2. Verhoog versie ( Build)
  3. Deploy naar TST
  4. Controleer fix
  5. Promote naar ACC (indien nodig)
  6. Deploy naar PRD
πŸ‘‰ Bugfix = correctie binnen bestaande solution

3. Patch deployment

  1. Maak patch solution
  2. Voeg alleen gewijzigde componenten toe
  3. Deploy naar TST
  4. Controleer resultaat
  5. Promote naar ACC
  6. Promote naar PRD
πŸ‘‰ Patch bevat alleen de wijziging (delta)

4. Hotfix deployment

⚠️ Alleen bij productieproblemen
  1. Maak minimale fix in DEV
  2. Bereid kleine solution of patch voor
  3. Deploy via pipeline (versneld)
  4. Of direct naar PRD (alleen bij nood)
  5. Controleer fix in productie
  6. Documenteer deployment
  7. Voer daarna alsnog OTAP deployment uit
❗ Alleen de fix deployen
❗ Geen andere wijzigingen meenemen

5. Speciaal scenario: DEV loopt voor op PRD

❗ Exporteer nooit de volledige solution
  • Gebruik patch om wijziging te isoleren
  • Deploy alleen benodigde componenten
πŸ‘‰ Doel: alleen de fix deployen

6. Praktische werkwijze (van wijziging naar deployment)

πŸ‘‰ Dit is een beknopte vertaling van de stappen die een developer uitvoert in DEV.
Voor exacte klikstappen zie het deployment runbook.

🐞 Bugfix

  • Analyseer probleem en bepaal betrokken componenten
  • Voer fix uit in bestaande solution (DEV)
  • Verhoog versie ( Build)
  • Deploy via pipeline (TST β†’ ACC β†’ PRD)
  • Valideer oplossing en voer eventueel regression test uit
πŸ‘‰ Bugfix = correctie binnen bestaande solution met beperkte impact

🧩 Patch

  • Maak een patch solution
  • Voeg alleen gewijzigde componenten toe
  • Voer wijziging door en test in DEV
  • Verhoog versie ( Revision)
  • Deploy via pipeline (TST β†’ ACC β†’ PRD)
  • Controleer dat alleen de delta is toegepast
πŸ‘‰ Patch = geΓ―soleerde wijziging (delta deployment)

⚑ Hotfix

⚠️ Alleen bij productieproblemen
  • Bepaal urgentie en scope (release verantwoordelijke)
  • Voer minimale fix uit in DEV
  • Maak kleine solution of patch
  • Deploy versneld of direct naar PRD
  • Valideer oplossing direct in productie
  • Voer daarna alsnog volledige OTAP deployment uit
❗ Alleen de fix deployen
❗ Geen andere wijzigingen meenemen

πŸš€ Standaard release

  • Bepaal scope (features / user stories)
  • Bouw functionaliteit in solution(s)
  • Verhoog versie ( Minor / Major)
  • Deploy via volledige OTAP flow
  • Voer validatie uit in TST en ACC
  • Go / No-Go β†’ PRD deployment
πŸ‘‰ Standaard release = bundeling van wijzigingen met volledige validatie

Samenvatting

  • Standaard release β†’ volledige OTAP flow
  • Bugfix β†’ kleine correctie binnen solution
  • Patch β†’ geΓ―soleerde wijziging (delta)
  • Hotfix β†’ versnelde productie fix
βœ… Deployment = uitvoering van een gereedstaande release