Introductie
Deze pagina beschrijft de praktische uitvoering van deployments binnen het Power Platform.
π Deze pagina gaat uit van een
gereedstaande release:
- oplossing is ontwikkeld
- oplossing is getest
- release is goedgekeurd
- documentatie is compleet
π Kies eerst het juiste type deployment:
-
Standaard release β nieuwe functionaliteit
-
Bugfix β oplossen van fouten
-
Patch β kleine geΓ―soleerde wijziging
-
Hotfix β urgente productie fix
1. Standaard release (OTAP)
- Selecteer solution in pipeline
- Deploy naar TST
- Voer technische validatie uit
- Promote naar ACC
- Business Go / No-Go
- Deploy naar PRD
- Controleer productie (smoke test)
π Volledige OTAP flow β standaard aanpak voor releases
2. Bugfix deployment
- Voer fix uit in DEV (bestaande solution)
- Verhoog versie ( Build)
- Deploy naar TST
- Controleer fix
- Promote naar ACC (indien nodig)
- Deploy naar PRD
π Bugfix = correctie binnen bestaande solution
3. Patch deployment
- Maak patch solution
- Voeg alleen gewijzigde componenten toe
- Deploy naar TST
- Controleer resultaat
- Promote naar ACC
- Promote naar PRD
π Patch bevat alleen de wijziging (delta)
4. Hotfix deployment
β οΈ Alleen bij productieproblemen
- Maak minimale fix in DEV
- Bereid kleine solution of patch voor
- Deploy via pipeline (versneld)
- Of direct naar PRD (alleen bij nood)
- Controleer fix in productie
- Documenteer deployment
- Voer daarna alsnog OTAP deployment uit
β Alleen de fix deployen
β Geen andere wijzigingen meenemen
5. Speciaal scenario: DEV loopt voor op PRD
β Exporteer nooit de volledige solution
- Gebruik patch om wijziging te isoleren
- Deploy alleen benodigde componenten
π Doel: alleen de fix deployen
6. Praktische werkwijze (van wijziging naar deployment)
π Dit is een beknopte vertaling van de stappen die een developer uitvoert in DEV.
Voor exacte klikstappen zie het deployment runbook.
π Bugfix
- Analyseer probleem en bepaal betrokken componenten
- Voer fix uit in bestaande solution (DEV)
- Verhoog versie ( Build)
- Deploy via pipeline (TST β ACC β PRD)
- Valideer oplossing en voer eventueel regression test uit
π Bugfix = correctie binnen bestaande solution met beperkte impact
π§© Patch
- Maak een patch solution
- Voeg alleen gewijzigde componenten toe
- Voer wijziging door en test in DEV
- Verhoog versie ( Revision)
- Deploy via pipeline (TST β ACC β PRD)
- Controleer dat alleen de delta is toegepast
π Patch = geΓ―soleerde wijziging (delta deployment)
β‘ Hotfix
β οΈ Alleen bij productieproblemen
- Bepaal urgentie en scope (release verantwoordelijke)
- Voer minimale fix uit in DEV
- Maak kleine solution of patch
- Deploy versneld of direct naar PRD
- Valideer oplossing direct in productie
- Voer daarna alsnog volledige OTAP deployment uit
β Alleen de fix deployen
β Geen andere wijzigingen meenemen
π Standaard release
- Bepaal scope (features / user stories)
- Bouw functionaliteit in solution(s)
- Verhoog versie ( Minor / Major)
- Deploy via volledige OTAP flow
- Voer validatie uit in TST en ACC
- Go / No-Go β PRD deployment
π Standaard release = bundeling van wijzigingen met volledige validatie
Samenvatting
- Standaard release β volledige OTAP flow
- Bugfix β kleine correctie binnen solution
- Patch β geΓ―soleerde wijziging (delta)
- Hotfix β versnelde productie fix
β
Deployment = uitvoering van een gereedstaande release